De beste en mooiste manier om fazantenkuikens op te fokken is ongetwijfeld natuurbroed.
Niets is mooier dan dat de hen zelf haar eieren uitbroed en haar jongen grootbrengt.
Het grootste voordeel is dat kuikens door de ouder(s) opgevoed worden.
Zo zullen door de ouder vogel(s) opgevoede kuikens elkaar nooit de veren uitpikken, omdat zulk ongewenst gedrag door de ouder(s) gecorrigeerd zal worden.
Ook het leren eten wordt door de ouder(s) voorgedaan.
Ook het leren vliegen wordt door de ouder(s) voorgedaan.
Zo zullen de ouder(s) op een bepaald moment s’avonds niet meer op de grond blijven om de kuikens te verwarmen maar op stok gaan, en zullen de kuikens moeten volgen.
De oudervogel weet op een bepaald moment wat de jongen kunnen en zal ze daar toe aansporen.
Wanneer de natuurlijke opfok goed verloopt, kunnen we er van uitgaan
dat wij als verzorgers van deze fazanten een situatie gecreëerd hebben waar onze fazanten zich prima in thuis voelen.
Vaak wordt van natuurlijke opfok afgezien omdat de uitval groter zou zijn.
Uiteraard zijn we afhankelijk van o.a. de weersinvloeden en het karakter en ook de gemoedstoestand van de fazanten.
We zullen ook na moeten gaan of de ouders de kuikens normaal gesproken samen grootbrengen, of dat alleen de hen dat doet.

Glansfazanten, Cheerfazanten, Oorfazanten, Tragopanen, Kuifloze vuurrugfazanten brengen in hun oorspronkelijk leefgebied samen de kuikens groot.
Bij deze soorten houden we daarom in eerste instantie de haan bij de hen en haar kuikens tijdens de broed en opfok periode.
Bij de tragopanen komt het nogal eens voor dat de haan nog te driftig is en de hen nog steeds het hof wil maken, zodat er van kuikens grootbrengen niets terecht komt.
In zo’n geval verwijderen we de haan en laten we de hen de kuikens alleen groot brengen.

Bij de andere fazanten soorten brengt alleen de hen de kuikens groot en bemoeid vader haan zich niet met de opvoeding.
Willen we op zeker spelen, dan is het bij deze soorten het beste om de haan tijdens de broed en opfok periode te verwijderen omdat de haan de pasgeboren kuikens soms als indringers ziet en afmaakt.
Kunnen we de haan niet verwijderen, dan is het het beste om de eerste eieren weg te halen en te wachten op een tweede legsel.
Wanneer de hen de kuikens wat later in het seizoen heeft, is de drift van de haan wat minder en laat hij de kuikens misschien met rust.
Met goudfazanten hebben wij meegemaakt dat vader haan de kuikens een aantal jaren achtereen totaal met rust liet.
Maar in een daar op volgend jaar had hij op een bepaald moment alle kuikens afgemaakt.
Voorzichtigheid blijft dus geboden.
De koningsfazant haan hebben wij met succes bij de hen met haar kuikens gelaten.
Argus en pauwfazant hanen laten wij tijdens de opfok periode in de buiten volières, zodat de hen in de binnenruimte haar kuikens in alle rust groot kan brengen.
Van een collega hebben wij gehoord dat hij de pauwfazant hanen gewoon bij de henen met de kuikens liet.
Wellicht dat wij dat ook eens proberen.
















Wanneer we fazanten in de broedmachine uitgebroed hebben, zullen
we ze kunstmatig groot moeten brengen.

Als de kuikens in de broedmachine uitgekomen zijn hebben ze de eerste 24 tot 48 uur geen voedsel nodig.
Nadat de kuikens goed opgedroogd zijn plaatsen wij ze in een speciaal gemaakte kist waarin een donkerstraler zorgt voor de benodigde warmte.
In deze kisten zijn in de zijkant uitsparingen aangebracht die afgesloten kunnen worden door een schuif.
In deze kisten leren de kuikens dat de donkerstraler warmte afgeeft en staan lage bakjes waar ze eten en drinken in kunnen vinden.
Deze kist is aan de bovenkant half open waardoor er een warm en kouder gedeelte is.
Op deze manier leren de kuikens dat ze de warmte zelf op moeten zoeken, zonder dat ze te ver af kunnen dwalen.
Afhankelijk van de soort wordt de opfokkist op een bepaald moment in de voor hun bedoelde opfokruimte gezet.
Deze opfokruimte wordt niet verwarmt.
Door daarna de schuiven in de zijkant van de opfokkist te openen wennen de kuikens langzaam en zonder stress aan hun nieuwe omgeving.
Omdat ze weten dat de warmte bron in de kist zit, gaan ze daar al snel in terug wanneer ze het koud krijgen.
Op deze manier wordt de noodzakelijke warmte van de moederhen een beetje nagebootst.
Uit ervaring weten wij dat sterfte van jonge fazanten meestal plaatsvind net na het verhuizen van de ene naar de andere ruimte.
Bij het verhuizen van de ene naar de andere ruimte komt het vaak voor dat de kuikens de nieuwe warmte bron en het voer dat dan ook weer in andere bakjes en op een andere plaats staat niet kunnen vinden.
Ook de stress die optreed bij het verhuizen is er vaak de oorzaak van dat fazanten kuikens sterven.
Ook kromme tenen die op een leeftijd van een paar weken zichtbaar worden zijn soms de oorzaak van stress.
Door op onze manier de kuikens te verhuizen wennen de kuikens gecontroleerd aan hun nieuwe omgeving en kunnen ze hun warmtebron en voedsel makkelijk terug vinden.
Wanneer de kuikens aan de nieuwe binnenruimte gewend zijn en het weer het toelaat wordt de schuif naar de buitenruimte geopend zodat ze daar van het mooie weer kunnen genieten.

Het beste is het natuurlijk dat we de fazanten kuikens per soort bij elkaar opfokken.
Wanneer dit niet kan moeten we goed opletten of de ene soort de andere niet overheerst.
Wanneer we verschillende soorten bij elkaar laten opgroeien gaat dat soms lang goed.
Maar op een bepaald moment zal toch altijd de ene soort de andere gaan onderdrukken, waardoor de ontwikkeling van de onderdrukte soort achterblijft.

Als voedsel kan de eerste weken het beste een kruimelvoer gegeven worden.
Dit wordt beter opgenomen dan geperste korrels.
De eerste twee weken mengen wij daar wat havermout doorheen, omdat dit heel goed opgenomen wordt en goed is voor de darmflora.
Ook worden vooral bij de moeilijker aan het eten te krijgen soorten wat buffalo wormpjes over het voer gestrooid.
Deze wormpjes leven en bewegen, waardoor er uit nieuwsgierigheid al snel naar gepikt wordt.
Het versterken van echte dierlijke eiwitten in de vorm van deze buffaloworpjes is de eerste weken zeer goed voor de ontwikkeling van de jonge kuikens.
Water geven we de eerste week in lage bakjes waar een paar stenen in liggen.
Deze stenen zorgen er voor dat de kuikens niet uitglijden.








De winterharde soorten verhuizen wanneer ze groot genoeg zijn naar een totaal overdekte open opfokruimte waar ze verder uitgroeien.
Deze opfokruimte is voorzien van een tegel vloer waar een laag vlas over gestrooid is.
Door het vlas te verwijderen en de tegelvloer met de hogedrukreiniger
te reinigen is het geheel goed schoon te houden.

Vorige pagina.